Fiscale wijzigingen per 1 januari 2021

Wat heeft 2021 voor ons in petto?


In dit artikel leest u een samenvatting op hoofdlijnen over de ficale wijzigingen in het jaar 2021. Zo bent u in korte tijd geinformeerd over de meest belangrijke financiele en fiscale zaken.

Achtereenvolgens behandelen wij de volgende onderwerpen:

Inhoudsopgave

Inkomstenbelasting

De Inkomstenbelasting is verdeeld over drie (3) boxen:

Box 1 Box 2 Box 3
Inkomen uit werk en woning Inkomen uit aanmerkelijk belang Inkomen uit sparen en beleggen


Box 1

Sinds 2020 geldt al een twee-schijven-tarief voor de Inkomsten- en Loonbelasting. Voor AOW-gerechtigden is dit feitelijk 3.  Voor 2021 ziet dit er als volgt uit:

Tot AOW-leeftijd

  1e-schijf  2e-schijf
Inkomen tot € 68.507 vanaf € 68.507
Belastingtarief 37,10% 49,50%

AOW-gerechtigd en geboren na 1946

  1e-schijf 2e-schijf 3e-schijf
Inkomen tot € 35.129 tot € 68.507 vanaf € 68.507
Belastingtarief 19,20% 37,10% 49,50%

AOW-gerechtigd en geboren voor 1946

  1e-schijf 2e-schijf 3e-schijf
Inkomen tot € 35.941 tot € 68.507 vanaf € 68.507
Belastingtarief 19,20% 37,10% 49,50%

Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

Dit is afhankelijk van het soort inkomen dat wordt ontvangen. Dit is het bijdrage-inkomen en bedraagt maximaal € 57.232,-. Dat bestaat uit:

- Inkomen uit dienstbetrekking, uitkering, pensioen, stamrecht en lijfrente

- Belastbare winst uit onderneming

- Belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden

- Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen

Welk tarief van toepassing is en hoe dit wordt voldaan is als volgt: Er zijn drie mogelijkheden:

1. Loon, WIA of WW-uitkering

2. AOW-uitkering, pensioen of nabestaandenpensioen

3. Winst uit onderneming, DGA-loon, free-lance-inkomsten, alimentatie

    2020 2021
Ad. 1 Werkgeversheffing 6,70% 7,0%
Ad. 2 Eigen bijdrage werkgever of uitkeringsinstantie 5,45% 5,75%
Ad. 3 Eigen bijdrage bij belastingaanslag 5,45% 5,75%

Tariefcorrectie


Aftrekbare kosten kunnen tegen een tarief van maximaal 49,50% in aftrek worden gebracht (afhankelijk van de belastingschijf waarin u met uw inkomen valt).

Echter, voor bepaalde aftrekposten geldt een tariefcorrectie waardoor die kosten tegen een lager tarief in aftrek moeten worden gebracht. Dit is voor 2021 maximaal 43%.

Dit daalt de komende jaren verder tot ten hoogste het percentage van de 2e-belastingschijf. Een overzicht:

  2020 2021 2022 2023  
Maximaal aftrekbaar 46,0% 43,0% 40,0% 37,05  

 De aftrekbeperking geldt voor:

Hypotheekrenteaftrek

Verliezen belggingen durfkapitaal

 Ondernemersaftrek

 Weekenduitgaven voor 
 gehandicapten 

 MKB-winstvrijstelling

 Scholingsuitgaven

 Terbeschikkingsstellingsvrijstelling

 Giftenaftrek

 Onderhoudsverplichting (alimentatie)

 Restant persoonsgebonden aftrek 
 voorgaande jaren

 Aftrek uitgave specifiecke 
 zorgkosten

 

Zelfstandigenaftrek


Bent u ondernemer en voldoet u aan het urencriterium? Dit is 1.225 uur per jaar aan uw onderneming besteden. Dan hebt u recht op de zelfstandigenaftrek. Over dit bedrag is geen Inkomstenbelasting verschuldigd.

De komende jaren wordt de zelfstandigenaftrek echter beperkt. Per jaar daalt deze met € 360,- tot 2028 en verder tot 2036 naar € 3.240.

2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
€ 7.030 € 6.670 € 6.310 € 5.950 € 5.590 € 5.230 € 4.870 € 4.510 € 4.120

In 2021 gaat de arbeidskorting omhoog zodat de teruggang van de zelfstandigenaftrek niet wordt gemerkt.

Box 2


Het Box-tarief wordt per 2021 verhoogd. Dat is geen nieuws, want dat stond al
in het Belastingplan 2019.

  2020 2021
Tarief inkomen uit aanmerkelijk belang 26,25% 26,90%

Een aanmerkelijk is aanwezig (artikel 4.6 Wet IB 2001) als men minimaal één aandeel heeft en, al dan niet tezamen met zijn/haar (fiscaal) partner, een belang heeft van 5% of meer in een B.V. 

Box 3


In 2021 gaat het heffingsvrije vermogen omhoog van € 30.846,- naar € 50.000,- per belastingplichtige.

Het rendement dat wordt belast over het vermogen boven de vrijstelling is ook in 2021 fictief (forfairtair rendement genoemd). Er is dus nog geen sprake van belasting over het werkelijk gerealiseerde rendement.

Vermogen is:

  • de waarde van uw bezittingen (en vorderingen op anderen) minus uw schulden die niet in Box 1 of Box 2 (aandelenlapitaal in een onderneming) vallen.
  2020 2021
Belastingtarief sparen en beleggen over fictief rendement 30% 31%

Forfairtair rendement

2020

Grondslag (na vrijstelling): Van Tot

Spaardeel
0,07% rendement

Beleggingsdeel
5,28% rendement
Belasting over rendement (30%)
€ 0 € 72.797 67% 33% 0,54%
€ 72.797 € 1.005.572 21% 79% 1,26%
€ 1.005.572 - 0% 100% 1,58%

2021

Van Tot Spaardeel 0,03% rendement Beleggingsdeel 5,69% rendement Belasting over rendement 31%
0 €  50.000 67% 33% 0,59%
€ 50.000 € 950.000 21% 79% 1,40%
€ 950.000 - 0% 100% 1,76%

Nadere regelgeving vermogenstoets:

  • Inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen, wordt voor wat betreft de hoogte van de vemogenstoets aangesloten bij de rendementsgrondslag in box 3

Heffingskortingen


Dit zijn kortingen op de te betalen Inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

  2020 2021
Maximum algemene heffingskorting <AOW € 2.711 € 2.837
Maximum algemene heffingskorting > AOW € 1.413 € 1.469
Maximum arbeidskorting € 3.819 € 4.205
Maximum inkomensafhankelijke combinatiekorting € 2.881 € 2.815
Jonggehandicaptenkorting € 749 € 761
Ouderenkorting € 1.622 € 1.703
Alleenstaanden ouderenkorting € 436 € 443
Heffingskorting Groene beleggingen (% x vrijstelling in Box 3) 0,70% 0.70%

De heffingskortingen zijn aan verschillende voorwaarden verbonden, zoals hoogte inkomen, leeftijd ect.

De eigen woning


Samenvattend zijn de wijzigingen als volgt:

  • Eigenwoningforfait

Dit is een bijtelling op het inkomen omdat u een eigen woning bezit. 

  • Aftrekbare kosten eigen woning

Kosten voor de eigen woning die ten laste van het inkomen kunnen gebracht waardoor er een belastingvoordeel ontstaat, zoals de hypotheekrente. Deze kosten zijn in 2021 bij de hoogste Inkomstenbelastingschijf - mits uw inkomen daarin valt - tot ten hoogste 43% aftrekbaar (zie tariefcorrectie).

  • Hillen-aftrek

Geeft recht op een extra aftrekpost als het eigenwoningforfait hoger is dan de aftrekbare kosten voor de eigen woning, zoals de hypotheekrente, maar ook erfpachtcanons en rente op een restschuld. De Hillen-aftrek wordt in 30 jaar afgebouwd met stappen van 3,33% per jaar. In 2021 bedraagt de Hillen-aftrek nog 90% van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten.

  2020 2021
Eigenwoningforfait    
Waarde woning valt in de klasse: Tarief Tarief
tot € 12.500,- 0% 0%
€ 12.500,- tot € 25.000,- 0,20% 0,18%
€ 25.000,- tot € 50.000,- 0,35% 0,32%
€ 50.000,- tot € 75.000,- 0,45% 0,41%
€ 75.000,- tot € 1.090.000,- 0,60% 0,55%
Meer dan € 1.090.000,- 2,35% 2,35%
     
Hillenaftrek 93,33% 90%
     
Box 1 Toptarief 49,50% 49,50%
Mximaal aftrekbaar (genoemde kosten tariefcorrectie) 46,00% 43,00%


Tijdelijke vrijstelling overdrachtsbelasting voor starters, verhoging voor beleggers


Voor starters op de woningmarkt die tussen de 18 en 35 jaar zijn is er vanaf 2021 de komende 5 jaar geen 2% overdrachtsbelasting verschuldigd voor de koop van een woning die het hoofdverblijf is.

Een starter is iedereen die een eigen woning koopt en in de leeftijd van 18 tot 35 jaar is en nog niet eerder van de vrijstelling gebruik heeft gemaakt (het kan dus maar één keer).

Bovendien geldt dat vanaf 1 april 2021 de koopprijs niet hoger mag zijn dan € 400.000,-. Dus een woning van € 399.999,- valt daar onder.

Er is een verklaring nodig dat de woning als hoofdverblijf dient. Deze verklaring is te vinden op de site van de Belastingdienst.

Is de woning niet het hoofdverblijf, dan stijgt de overdrachtsbelasting. Namelijk naar een tarief van 8%. Dit zijn bijvoorbeeld vakantiehuizen en beleggingspanden.

Een overzicht:

  Woning hoofdverblijf Woning niet-hoofdverblijf
Starter (tussen 18 en 35 jaar) 0% 8%
Niet-starter (doorstromer) of boven de koopgrens van € 400.000,- 2% 8%

 

Schenken en erven

De vrijstellingen en tarieven voor schenken en erven zijn in 2021 als volgt:

Vrijstellingen erfbelasting

Partners € 671.910,-
Invalide kinderen € 63.836,-
(Klein)kinderen € 21.282,-
Ouders € 50.397,-
Overige verkrijgers € 2.244

Vrijstellingen schenkbelasting

Kinderen € 6.604,-
Kinderen (eenmalig) € 26.881,-
Kinderen (studie) € 55.996,-
Eigen woning € 105.302,-
Overige verkrijgers € 3.244,-

Tarief successiewet

Van Tot en met Partners en kinderen Kleinkinderen Overige verkrijgers
€ 0,- € 128.751,- 10% 18% 30%
€ 128.751,- € - 20% 36% 40%

 

Lees meer over schenken en erven.


AOW-leeftijd


De AOW-leeftijd verandert in 2021 niet en blijft 66 jaar en 4 maanden. Dat is zo afgesproken in het Pensioenakkoord.

In 2022 en 2023 wordt dit met drie maanden verhoogd tot 66 jaar en 7 maanden en 66 jaar en 10 maanden. In 2024 wordt dit 67 jaar.

Jaar AOW-leeftijd
2020 66 jaar en 4 maanden
2021 66 jaar en 4 maanden
2022 66 jaar en 7 maanden
2023 66 jaar en 10 maanden
2024 67 jaar
2025 Afhankelijk van levensverwachting: 1 jaar langer leven betekent 8 maanden langer doorwerken (en 4 maanden langer AOW)


Maximum dagloon sociale verzekeringswetten


De daglonen van de uitkeringen WAO/WIA, WW en ZW bedragen per 1 januari 2021: € 223,41 per dag.

Het maximumpremieloon werknemersverzekeringen staat gedurende 2020 vast op € 58.311,- op jaarbasis. Dit is het maximum dagloon van € 221,41 X 261 dagen.

Opname ineens: 10% opnemen op de ingangsdatum van pensioen en lijfrente


Op dit moment - 18-1-2021 - is het wetvoorstel hiervoor met één jaar uitgesteld van 2022 naar 2023. Lees ook ons artikel Pensioenbedrag ineens, RVU en Verlofsparen.

Pensioen bedrag ineens


Voor de opname van een pensioen bedrag ineens op pensioendatum zijn er de volgende spelregels:

  1. Maximaal 10% van de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken opnemen.
  2. Hoog/laag uikeren pensioen mag niet in combinatie met pensioen bedrag ineens.
  3. Alleen op pensioeningang keuze voor bedrag ineens.
  4. Na opname bedrag ineens mag de pensioenuitkering per jaar niet lager worden dan de afkoopgrens klein pensioen (2021: € 503,24).
  5. Toestemming partner als opname ineens een lager nabestaandenpensioen tot gevolg heeft


Lijfrente bedrag ineens


Voor de opname van een lijfrente bedrag ineens zijn er de volgende spelregels:

  1. Maximaal 10% van de waarde van de opgebouwde lijfrenteaanspraken opnemen.
  2. Alleen op de ingangsdatum van de uitkerende lijfrente keuze voor bedrag ineens.
  3. Na opname bedrag ineens mag de lijfrentewaarde niet lager worden dan de afkoopgrens kleine lijfrente (2021: € 4.547) per aanbieder.


Aanbieders van pensioen en lijfrente krijgen een informatieverplichting u hierop te attenderen bij ingang van pensioen en lijfrente.

Let op: Het bedrag ineens verhoogt het belastbaar inkomen. Dit kan naast een hogere Inkomstenbelasting ook gevolgen hebben hebben voor inkomensafhankelijke toeslagen, zoals bijvoorbeeld de huur- en zorgtoeslag, partnertoeslag AOW, uitkering ANW, Bijstandsuitkering of aanvullende inkomensvoorziening ouderen ect.

Laat u hierbij goed adviseren. Hoe wij dat doen? Lees meer over een Financieel plan maken.

RVU en Verlofsparen


De huidige verlofspaarregeling van 50 weken wordt 100 weken.

Daarnaast is het voor werkgever mogelijk om drie jaar voordat de AOW-datum van de werknemer ingaat, de werknemers die vervroegd uittreedt een bedrag mee te geven dat niet hoger is dan de netto AOW-uitkering zonder dat de werkgever hierover een fiscale boete is verschuldigd. 

Lees ook ons artikel Pensioenbedrag ineens, RVU en Verlofsparen.

Pensioen

De belangrijkste pensioencijfers voor 2021 zijn als volgt:

Maximum pensioengevend inkomen € 112.189,-
Middelloon maximale opbouw per jaar 1,875%
Eindloon maximale opbouw per jaar 1,657%
Franchise middelloon € 14.544,-
Franchise eindloon € 16.458,-
Franchise Pre-witteveen-2015 (100/70e) € 15.583,-

Grensbedrag klein pensioen

Een klein pensioen is een pensioen dat niet hoger is dan € 503,24 bruto per jaar. Lees ook ons artikel over Automatische waardeoverdracht klein pensioen.

Lijfrente: Maximale lijfrentepremieaftrek

Voor het opbouwen van extra inkomen voor uw oudedag of bij uw overlijden voor uw partner kunt u een lijfrente aanschaffen.

Een lijfrente is een fiscaal vriendelijk product. U ontvangt belastingvoordeel want de inleg is aftrekbaar van uw belastbare inkomen. U bespaart dus Inkomstenbelasting. Terwijl u over de totale (bruto) inleg wel rendement opbouwt.

Voorbeeld: U legt € 100,- in en u ontvangt € 38,- terug van de belastingdienst bij uw aangifte Inkomstenbelasting. Netto kost u dit dus € 100,- -/- € 38,- is 62,-. U bouwt wel over € 100,- rendement op.

De lijfrente uitkering wordt bij uitkeren periodiek belast met Inkomstenbelasting. Misschien betaalt u dan minder belasting omdat u in een lagere belastingschijf zit. En daar zit het tweede voordeel.

Een lijfrente is dus aanvullend inkomen. En keert periodiek uit. Net zoals een pensioen. Een lijfrente uitkering mag tijdelijk of levenslang zijn. Daarvoor gelden verschillende voorwaarden en productoplossingen.

Aan de hoogte van de maximale lijfrentepremieaftrek zijn regels verbonden. Daar gaat dit artikel over. Hoeveel lijfrentepremie kunt u aftrekbaar stellen? Bij het berekenen van de lijfrente premie aftrek gaat het om de gegeven van het vorige jaar. Dus voor de berekening van lijfrente ruimte van 2021 wordt het inkomen en de pensioen aangroei (factor-A genoemd, zie daarvoor uw Uniform Pensioen Overzicht) gebruikt.

Omschrijving Berekening
Jaarruimte 13,3% x inkomen - franchise - (6,27 x factor A) -/- F
Maximaal inkomen € 112.189,-
Franchise € 12.672,-
Maximale jaarruimte € 13.236,-
Maximale reserveringsruimte verder dan 10 jaar voor AOW-datum* € 7.489,-
Maximale reserveringsruimte binnen 10 jaar voor AOW-datum* € 14.785,-
*Absoluut maximum lijfrentepremie aftrek, dus nooit meer dan... 17% van (uw inkomen - € 12.672,-)
  • Factor A: Jaarlijkse aangroei pensioenaanspraak (kijk in uw Uniform Pensioen Overzicht, UPO)
  • F: Netto dotatie aan de Oudedagsreserve (OR)


Afkoop kleine lijfrente?


Een zogenoemde kleine lijfrente mag ineens worden uitgekeerd. Er is wel Inkomstenbelasting verschuldigd, echter geen revisierente (boete) van 20%. Het bedrag (dus de waarde van het lijfrentevermogen per aanbieder) voor een kleine lijfrente is in 2021: € 4.547,-.

Fiscale Oudedagsreserve

OR-dotatie maximaal 9,44%  € 9.395,-

 

Vennootschapsbelasting


De verlaging van de Vennootschapsbelasting in de tweede schijf gaat niet door. Wel die van de eerste schijf. Een overzicht van hoe het was in 2020 en wordt in 2021:

Belastbare winst voor de Vennootschapsbelasting 2020
Schijf 1: Winst tot € 200.000,- 16,50%
Schijf 2: Winst vanaf € 200.000,- 22,55%
Belastbare winst voor de Vennootschapsbelasting 2021
Schijf 1: Winst tot € 245.000,- 15,00%
Schijf 2: Winst vanaf € 245.000,- 25,00%
Belastbare winst voor de Vennootschapsbelasting 2022
Schijf 1: Winst tot € 395.000,- 15,00%
Schijf 2: Winst vanaf € 395.000,- 25,00%


 Einde levensloopregeling


Uiterlijk 1 november 2021 eindigt de levensloopregeling. In plaats van 31 decemkber 2021. Twee maanden eerder in verband met mogelijke uitvoeringspropblemen op het einde van het jaar.

Dit betekent dat het saldo van het levenslooptegoed wordt uitbetaald en daarmee het belastbaar inkomen in Box 1 verhoogd. En wanneer u dit niet uitgeeft, bijvoorbeeld aan een lijfrente of aflossing eigenwoningschuld, valt dit vanaf 2022 in Box 3 voor zover uw vermogen hoger is dan de vrijstelling

Wat doet u met de uitbetaling van uw levensloopsaldo?

meer weten?

Hebt u een vraag over pensioenadvies of financiële planning? Neem gerust contact met ons op.

U kunt ons bellen, een e-mail sturen of het contactformulier invullen.



Terug naar overzicht

Online contactformulier

Gegevens aanvrager:
Ik wil mij inschrijven voor de nieuwsbrief

Bij het versturen van dit formulier stemt u er mee in dat wij uw gegevens mogen gebruiken om contact met u op te nemen. Uw gegevens worden veilig en gecodeerd verstuurd via onze SSL verbinding en worden niet opgeslagen in onze database.


Online webcam afspraak maken


Wilt u een online webcam afspraak met ons inplannen? Volg onderstaande link en plan uw afspraak in!
https://pensioenadviesbureaugerritsen.24sessions.com/

Deel deze pagina